Van de zomer van 2025 tot en met december werkte de Jongerenmilieuraad mee aan de ontwikkeling van het Afwegingskader Omgevingsbeleving voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het kader helpt beleidsmedewerkers om bewuster af te wegen wanneer en hoe ervaringen van burgers een plek kunnen krijgen in beleid rond omgevingsveiligheid en milieurisico’s.
Een veilige leefomgeving wordt namelijk niet alleen bepaald door berekende risico’s. Ook de manier waarop mensen hun omgeving ervaren speelt een rol. Zorgen over bijvoorbeeld geluid, luchtkwaliteit of andere milieurisico’s kunnen invloed hebben op vertrouwen in de overheid en op de manier waarop beleid wordt ontvangen.


Het afwegingskader helpt beleidsmakers daarom om aan het begin van een beleidsproces een aantal belangrijke vragen te stellen. Is het bij dit vraagstuk relevant om ervaringen en beleving van inwoners op te halen? Wat kan hun betrokkenheid toevoegen? En welke vorm van participatie past daarbij?
Ook het doel van participatie moet vooraf duidelijk zijn. Inwoners kunnen bijvoorbeeld worden betrokken om praktijkervaringen mee te nemen, beleid te verbeteren, informatie begrijpelijker te maken of verschillende perspectieven zichtbaar te krijgen. Door daar vooraf helder over te zijn, wordt voorkomen dat participatie vooral symbolisch wordt of verwachtingen ontstaan die later niet kunnen worden waargemaakt.
Voor de Jongerenmilieuraad sluit dit traject aan bij een belangrijk uitgangspunt van ons werk: beleid wordt sterker wanneer verschillende ervaringen en perspectieven vroegtijdig worden meegenomen. Dat geldt ook voor jongeren, die vaak lang met de gevolgen van keuzes over milieu en leefomgeving zullen leven.
Met onze bijdrage aan het afwegingskader brachten we het perspectief van jongeren en betekenisvolle participatie in een concreet beleidsinstrument. Zo werken we niet alleen aan jongereninspraak, maar ook aan de vraag hoe participatie binnen beleid daadwerkelijk goed kan worden ingericht.
